woensdag 10 juni 2009

De dakroute

Want waarom zou ik nog over een uitermate onproductief weekend schrijven als het al woensdag is?

Er valt eigenlijk niet zo veel te zeggen over de dakroute, maar u kent mij: ik zal er wel weer een bijdrage mee kunnen vullen, geen nood. Waar gaat het nu precies over? Wel kijk. Er zijn zo van die momenten dat je eens uit je kot wilt komen. Je belt wat vrienden op (of stuurt berichtjes, want die zijn gratis - bij mij tenminste) en voor je 't weet ga je een gezellige avond tegemoet. Rest nog één ding: naar buiten gaan. Dus je maakt je klaar, doet kleren aan die mogen stinken en steekt voor de zekerheid een condoom in je zak (ja kom he, ik ga niet wachten tot Zooey Deschanel aan mijn deur staat, en je moet je even inbeelden dat Marjolein nog niet is langs gekomen), sluit je kamer af en dondert van de trap. En dan via de deur naar buiten, nee?
Nee. Ik ben Markus, weet u wel, ik doe graag averechts om averechts te doen. De eerste keer dat ik van deze geijkte route afstapte was in de week voor de paasvakantie. Onze gevel moest dringend herschilderd worden. Mijn kamer bevindt zich aan de straatkant (of eerder, wat men doorgaans als straatkant bestempelt, waarover later meer) en dus stond er die week een stelling voor mijn raam. Dat is natuurlijk vooral leuk om je boven- of onderbuur eens goed te doen schrikken, maar ook als alternatieve katabasis (ik heb het eens opgezocht, over die tocht naar beneden, en nu blijkt dat anabasis 'tocht naar boven' betekent en katabasis 'tocht naar beneden'). De eerste dagen van die week ben ik dan ook steevast de stelling afgeklommen (als de werkers er niet op stonden, natuurlijk). Vanaf woensdag was mijn raam echter afgeplakt met plastiek, zodat er geen frisse lucht meer binnenkwam en mijn kamer tegen vrijdag stonk dat het geen naam meer heeft. Ik heb nog geprobeerd om door mijn deur open te laten staan via het raam van de traphal (waarover later meer) wat lucht binnen te krijgen, maar het was drie dagen windstil.
Na de paasvakantie was het putteke lente, goed weer, korte rokjes en veel ijsjes. En dat betekent bij ons zo af en toe eens eten op het plat dak. Via het raam in de traphal geraak je heel gemakkelijk op het dak. Heel tof, zo in de zon, alleen jammer dat je kleren achteraf vol met van die dakbedekking hangen. Op een van die dakmomenten heb ik daar eens wat rondgelopen en -geklommen (wij hebben namelijk twee platte daken, eentje aan het raam van de traphal, en daarachter nog een dat je vanaf het eerste platte dak kan bereiken via een brandladdertje. En toen heb ik het ontdekt: ons huis heeft twee straatkanten! De achterkant van ons huis komt uit in een obscuur achterafsteegje dat meestal vol met vuilzakken staat.
Sinds ik dat ontdekt heb, gebruik ik meestal de dakroute als ik weer eens uit mijn kot kom. En nadien ook om weer binnen te komen. Alleen kan dat een beetje tricky zijn, want het kan gebeuren dat een kotgenoot het raam in de traphal in tussentijd heeft gesloten. Dus dan sta je daar wel mooi als een halve debiel op een dak.

En dan nog iets, dames: kontknijpen is een compliment! Ik zie niet in waarom dat zo moeilijk te vatten is. Meestal als ik in een kontje knijp (niet dat dat zo veel gebeurt he, begrijp mij niet verkeerd) krijg ik een verontwaardigde reactie (of een mep in mijn gezicht). Het zou namelijk seksistisch en vernederend zijn. Welnu, ik snap dat niet. Ten eerste: ik knijp niet in kontjes van meisjes die ik niet leuk vind. Dat is het eerste compliment: u bent leuk! Ten tweede: ik knijp niet in kontjes die niet kontknijpwaardig zijn. Ik ken meisjes die gewoon geen kont hebben, welnu, daar kán ik dus gewoon niet bij in het kontje knijpen. Ik ken ook meisjes met een alles behalve sexy kontje. Daar ga ik óók niet in knijpen! Dat is dus twee complimenten: u bent leuk en u hebt een sexy kontje. En ten derde: hoe sexy het kontje ook moge zijn, als de rest van de dame in kwestie gatlelijk is, dan bedankt ik ook feestelijk voor de eer. Drie complimenten met één klein kneepje in uw derrière: hoe verwaand bent u eigenlijk, dat u die liever alle drie apart hoort? Laat ons toch gewoon in uw kontje knijpen, dan zijn we allemaal gelukkig.

De groeten van mijn vingers!
Markus

maandag 8 juni 2009

En de bibliothecaris slikte

Leve de platenmaatschappij van Lillian Axe. Ik vertik het om op te zoeken hoe ze heet, ook al ben ik net op hun site wezen kijken. So much for da kortetermijngeheugen. Maar leve haar, want zij zet nummers gratis te downloaden terwijl ze nog niet eens officieel uitgebracht zijn. Nu hoor ik u al denken: dat is toch niet zo uitzonderlijk? 't Is te zeggen, ik hoor u dat niet denken. Ik hoor niemand denken. Behalve mijzelf. Dat is echt waar trouwens. Soms denk ik in volzinnen, en dan hoor ik mijn eigen stem die volzinnen uitspreken. Maar buiten het feit dat ik niemand hoor denken, wéét ik ook helemaal niet of u dat wel denkt, want ik weet niet hoe vertrouwd u bent met sites van platenmaatschappijen en gezien de voorlopig beperkte omvang van mijn lezerspubliek is de kans dat die ervaring bij u miniem is significant. Lange zin, hè? Lees 'm nog maar eens, ik ben er best wel trots op.

Nu dan. Back to business. Als dat online zetten van nummers geen uitzonderlijke zaak is, waarom dan nog leve die platenmaatschappij? Omdat zij mij daarmee drie dingen heeft geleerd.
1) Het nieuwe materiaal van Lillian Axe is bagger.
2) Lion's Share is ook bagger.
3) Saidian brengt materiaal dat merkwaardig veel weg heeft van vroege Edguy. Vroege Edguy is leuke muziek. Alleen, vroege Edguy, dan spreken we midden jaren negentig. Saidian brengt dat materiaal nu uit. Vijftien jaar achter lopen, je moet het maar doen.

Alle dingen bestaan uit drie, trouwens. De uitspraak is zo oud als 't straat, maar het is echt zo. Ik heb het gemerkt in mijn cursus. Hoofdstuk 1 bestaat uit drie onderdelen. Onderdeel 3 bestaat uit drie puntjes, waarvan puntje C drie vragen oproept. Op de derde vraag zijn drie verschillende antwoorden mogelijk. Merk op dat het altijd het derde onderdeel is dat zich opnieuw in drie verdeelt.

Mijn kotgenote kwam juist langs. Een van de leuke dingen aan de blok- en examenperiode is dat iedereen plots solidaire neigingen krijgt, zelfs yours truly, normaal gezien toch vooral bekend als antisociale misantroop. Nu was het dus de beurt aan de kotgenote. Ik moet zeggen: een van de kotgenotes, want wij wonen hier met vijftien studenten, en 't is ongeveer fifty-fifty op geslachtsvlak. Helemaal fifty-fifty gaat natuurlijk niet, want vijftien is niet deelbaar door twee. Wat moet u nog weten? O ja, dit is de kotgenote die, als ze net uit de douche komt, slechts gehuld in een handdoek, doodleuk een gesprek met je aanknoopt in de gang. Het is ook de kotgenote die vorige week door de gang dartelde in een net iets te kort slaapkleedje. En ze draagt de naam Marjolein. Marjolein kwam dus zonet op mijn deur kloppen, zogenaamd om te vragen wie er op kot aanwezig was. Het was echter vrij duidelijk dat dat alleen maar een smoesje was om in mijn buurt te zijn, aangezien Marjolein op het gelijkvloers woont en ik op de tweede verdieping. Als ze had willen weten wie er allemaal thuis was, had ze toch evengoed bij iemand anders kunnen langs gaan? Iemand voor wie ze minder trappen moest doen? Marjolein kwam naar mijn deur, een duidelijk signaal als u het mij vraagt. Ze was ook nog eens redelijk strak gekleed (zwart staat haar goed), zodat ik duidelijk kon zien dat alles nog wel zit zoals het zitten moet. Het zou maar erg zijn als dat op je twintigste al niet meer het geval is, maar blijkbaar moest ze dat toch nog eens duidelijk maken. Aan mij. Maar enfin, de zogenaamd onschuldige vraag naar de aanwezigheid van andere kotgenoten ontaardde in een aangenaam, en ik denk wel dat ik mag zeggen aangenaam, gesprek.
Blijkt Marjolein tijdens blok en examens aan de koffie te zitten. Zeker vandaag, want ze moet nachtje door doen omdat ze niet hard genoeg heeft geleerd tijdens de blok. Wat dus zo veel wilt zeggen als: "Markus, als je straks iets gaat drinken en je komt daarna terug thuis, weet dan dat ik nog wakker zal zijn. En aangezien je sowieso langs mijn deur passeert, waarom dan niet nog even binnen springen?" Ga ik toch toevallig niet iets drinken vanavond zeker? Maar goed, de koffie dus. Door al die koffie stond ze nogal hyper, waardoor ze wat morste op de vloer van mijn kamer. Ze had namelijk een mok koffie meegenomen op haar tocht naar boven. Ik ben nu even kwijt hoe dat met een mooi Grieks woord heet, tocht naar boven. Tocht naar beneden was anabasis geloof ik, maar wat was tocht naar boven ook weer? Iemand? Enfin, ze morste dus.
"O, heb ik dat gedaan? Sorry! Nee echt, dat ga ik direct opkuisen. Heb je een vod?" Ja, die heb ik. Het opkuisen van de koffie moest natuurlijk gepaard gaan met een vooroverbuigende beweging die een weinig suggestieve houding tot gevolg had.

Enfin, dat ging zo nog wel een poosje door (verdacht dichtbij mij moeten staan om mijn DVD-collectie te kunnen bezichtigen en meer van dat fraais), maar daar is het wel bij gebleven. Want ja, ik ga iets drinken vanavond en Martin, a friend of mine, komt mij binnen enkele minuten ophalen, dus kon ik onmogelijk op haar overduidelijke avances in gaan. Want zulke dingen mag je niet in een kik en een wip (pedoem-tsj) afhandelen, of wel soms? Maar goed, ik ga nu iets drinken, en als ik achteraf terug op kot aankom moet ik sowieso voorbij haar deur komen. De dakroute zal helaas onmogelijk zijn omdat ik zometeen zal vergeten het raam open te zetten. Dus wie weet? Ik houd u op de hoogte.

Meer over de dakroute en over een uitermate onproductief weekend in een volgende bijdrage!

Getekend,
Uw begeerde
Markus

Update: Ik heb niet bij Marjolein aangeklopt toen ik gisteren terugkwam van de Libertad. Ten eerste moest het meiske studeren, en ten tweede wil ik niet overkomen als een gefrustreerde droog staande masterstudent. Wat ik uiteraard wel ben. Maar dat hoeft zij niet te weten. Ik speel nog wel even hard to get. Ik heb haar een cd geleend, dus ze moet toch zeker nog één keer opnieuw komen aankloppen. Jeetje, wat ben ik leep. YT, M.

donderdag 4 juni 2009

Leve de formele semantiek!

Ik wil graag een experiment uitvoeren, als dat mag. Mag dat? Ja, dat mag. Het is hier mijn blog, dus ik maak uit wat er mag en wat niet. En ik zeg dat het mag, Markus. Dankjewel. Het is eigenlijk heel eenvoudig: ik begin gewoon met schrijven en we zien wel wat eruit komt. Dus stiekem heb ik vals gespeeld omdat ik er al mee ben begonnen voor ik wist dat het mocht. Enfin, ik wist natuurlijk wél dat het mocht, omdat ik dat zelf beslist heb, maar... Excuseer, het is nogal ingewikkeld om uit te leggen. Ik ga het nog een keer proberen. Ik wist al dat het ging mogen, maar jullie wisten nog niet dat het ging mogen, en jullie wisten ook nog niet dat ik wist dat het ging mogen. Oké, dat betekent nog altijd niet dat ik vals heb gespeeld, ik weet het. Ik wou gewoon even stoer zijn. Kijk, lezers: ik, Markus, ben een valsspeler! Ik heb lak aan regeltjes en normen en waarden! Ik lap de wereld aan mijn laars! Maar ja, niet dus. Ik blijf een watje voor het oog van de wereld. Bedankt hoor.

Om de titel enig nut te laten hebben, zou ik eigenlijk iets over formele semantiek moeten schrijven. Dat ga ik echter niet doen. Het lijkt mij een boeiend onderwerp, maar ik heb eens naar de desbetreffende Wikipediapagina gekeken en ik snap er geen jota van. Geen iota, bedoel ik. Maar je spreekt het wel uit als jota, dus stel, ik zeg stel dat deze weblog gelezen wordt door iemand, pakweg een blinde, die zo een websitevoorlezer heeft, dan snapt die nu ook wat ik bedoel, namelijk dat ik er geen iota van snap. En dan moet hij of zij zich niet afvragen wie die Iejoota is, of dat misschien een zusje is van Iejoor. Of misschien een of andere Zuidoos-Aziatische machtswellusteling, I-Yoo-Ta', ik weet het ook niet.

Willekeurig feit van de dag: Tsaar Peter I de Grote verzamelde freaks. Om de volledige reikwijdte van dit feit te snappen heeft u misschien enige achtergrondinformatie nodig, dus bij deze.
Tsaar Peter de Grote regeerde tussen 1682 en 1725 over Rusland. En in die tijd deed zich in heel Europa, ja, zelfs in de hele wereld een ware plaag van zogenaamde Wunderkammers voor, ook wel bekend onder de naamstudiolo of kabinet en nog wel een half dozijn andere termen die verder weinig ter zake doen. Wat was nu zo'n Wunderkammer? Dat was een kamer (pedoem-tsj) waar men allerlei curiositeiten verzamelde, zowel artificalia als naturalia, dus dingen die door mensen gemaakt zijn en dingen die uit de natuur komen (en ook tussenvormen, maar dat doet verder eveneens eerder weinig ter zake). Alle rijke burgers, en dan vooral medici en apothekers hadden er wel een. En uiteraard ook alle edellieden, om te kunnen stoefen. Medici en apothekers verzamelden dan vooral voorwerpen die iets te maken hadden met hun vakgebied (de hoorn van een eenhoorn, bezoarstenen, een schilderij van een nieroperatie), maar die edellieden wilden gewoon stoefen en kochten dus dure dingen die ze wel leuk vonden. Zo legde (of lei, zoals men dat vroeger wel eens placht te zeggen) iedere adelaar (ik pleit voor de vervanging van edelman door adelaar, omdat dat logischer is. Wie behoort tot de stand van de adel is toch logischerwijze een adelaar? Wie in de handel zit is toch ook een handelaar?) wel zijn eigen accenten op zijn Wunderkammer. De ene vorst verzamelde vooral schilderijen, prins twee zocht overal naar oude munten, kroonprins drie had een prachtige collectie zoutkristallen, enzovoort. En tsaar Peter, ja, die verzamelde dus misvormde mensen. Levend of opgezet, dat maakte hem niet zo veel uit.

Kijk, dat zijn zo van die dingen uit mijn cursus die ik wél onthoud. Dat probeer ik altijd: een of twee kleine, grappige feitjes onthouden en ze dan, ongeacht de vraag, ergens in mijn antwoord proberen verwerken. Zo had ik bijvoorbeeld bij het vak Geschiedenis van het Jodendom opgezocht dat een Jood die deelneemt aan een aliyah ook wel een oleh genoemd wordt. En een Joodse vrouw die hetzelfde doet noemt men... Voel je 'm al aankomen? Een olah! Dus Raymond van het Groenewoud zingt helemaal niet over gospelende Afrikanen in de mis, maar over Joden die naar Israël terugkeren! Uiteindelijk heb ik dat op het examen niet kunnen vermelden want ik kreeg een vraag over de Davidische afstamming. Maar nu hoop ik dus dat ik op mijn volgend examen een vraag krijg over Wunderkammers, dan kan ik vertellen over Peters Friggin' Freakshow (closed on mondays).

Laat ons tot slot allen even bidden tot de heilige Nepomuk.
Goede avond!
Markus

woensdag 3 juni 2009

Newton Revisited*

"Jimmy, Jimmy! Ik heb het! Eureka!"
"... Fucking hell, Isaac, het is vijf uur 's ochtends! Stop met op mijn bed te springen en ga weg!"
"Maar Jimmy, hij viel!"
"What the fuck kerel?! Wat viel? Wie viel? Je frank, dat je op een onredelijk uur onredelijke dingen zit te doen? Ga op een ander raaskallen!
"De appel, Jim. Dit moet je zien!"
"Om vijf uur 's ochtends? In your dreams, dude. Zolang je geen tieten hebt die groter zijn dan die van Eleonore krijg je mij niet uit mijn bed."

- Tien minuten later, in de boomgaard -

"Kijk, Jim. Ik heb hier een appel vast, ja?"
"Uhu."
"Kijk goed wat er gebeurt wanneer ik hem los laat."
"Isaac..."
Plof.
"Hij viel. Bravo. Revolutionair, Zack."
"Maar hoe komt het dat die appel op de grond viel, denk je?"
"Am I bothered?"
"Omdat de grond hem aantrekt!"
"..."
"En zal ik je nog wat vertellen? Hoe zwaarder de appel, hoe harder hij aangetrokken wordt. Ik weet nog niet goed hoe dat precies zit, maar het is fascinerend, toch?"
"Isaac?"
"Ja?"
"Zie jej deze peer?"
"Euh... Ja."
"Weet je hoe hard die straks aangetrokken zal worden door jouw kop?"
"Euh... Jimmy?"
Pats!

* Er zat zonet iemand met een laptop enkele meters voor mij slides te bekijken over een of ander wiskundig vak (wat deed die in godsnaam in de bibliotheek van de Letterenfaculteit?) en op het scherm verscheen plots de grote titel Newton revisited. Ik weet niet wat er op die slide stond, maar deze dialoog is zonder enige twijfel minstens tien keer zo interessant.

Zooey Deschanel, trouw met mij!

Dat riep ik enkele dagen geleden uit in het bericht You have been selected for termination. Toen ik deze ochtend wakker werd, heb ik eens naast mij gekeken, en ze lag er nog altijd niet. Leest die mijn weblog niet of zo?

Waarschijnlijk niet. Ik denk trouwens niet dat ze Nederlands kent, dus daar zouden we nog wat aan moeten werken, als ze dan eindelijk voor mijn deur staat, trouwjurk al aan, met niet te veel decolleté, want ik wil niet dat die vetzak van de burgerlijke stand over mijn vrouw staat te fantaseren terwijl ik een ring over haar bekoorlijke vinger schuif. Het kleed mag ook niet wit zijn. Zooey heeft een vrij bleke huidskleur en donker haar en daarenboven: wit staat haar gewoon niet. Blauw of rood moet hij zijn. Lichtblauw, meer bepaald. En vrij kort. Niet té kort, want nogmaals, die van de burgerlijke stand is een vetzak. Knielengte zou perfect zijn, misschien iets korter, zodat haar bevallige benen goed te zien zijn en alle mannelijke aanwezigen stikjaloers zijn op mij. Wanneer de viezerik dan die ene vraag stelt, "Markus, neemt gij Zooey Deschanel tot vrouw?" zal ik het door de zaal willen roepen: "Reken maar van yes, mislukte Obama!" Ik zou namelijk speciaal in Sint-Niklaas gaan trouwen om dat te kunnen roepen tegen Wouter Van Bellingen. Maar ik zou mij natuurlijk inhouden, want ik wil Zooey niet ten schande maken op deze heuglijke dag. Ik zou haar diep in de ogen kijken, want Zooey kan je niet anders dan diep in de ogen kijken, niet een beetje of zomaar eventjes in de ogen kijken, dat gaat niet, maar echt diep erin kijken, en dan verdrinken. Met een bovenmenselijke krachtinspanning zou ik het hoofd boven water houden en dat ene woord stamelen. "Ja." Vervolgens richt Wouter zich tot Zooey en slikt even, zoals alle aanwezige heren al de hele plechtigheid lang zitten te slikken, en stelt ook haar de vraag. Ze tovert een glimlach op haar lippen (want als Zooey glimlacht, dan glimlacht ze betoverend), kijkt mij aan, en zucht dat ene woord waar ik zo lang op heb gewacht: "Yes." En dan komt het moment waarop ik de bruid mag kussen, en ik zou haar ter plekke enorm hard willen binnen doen en haar het trouwkleed van het lijf scheuren en ze heeft geen ondergoed aan en het zou een gedenkwaardige dag worden, maar dan zie ik weer haar ogen en ga weer kopje onder. We zouden een zedelijke maar passionele kus uitwisselen, en iedereen zal een traan wegpinken en applaudisseren, want hoewel ze nog steeds allemaal stikjaloers zijn, kan er niemand echt slecht gezind blijven bij het zien van zoveel liefde. Dan zal ik haar oppakken en naar buiten dragen, en ze zal eerst nog lachend weerstand bieden en eisen dat ik haar neerzet, maar ik zou niet zwichten, alhoewel het water inmiddels mijn longen al gevuld heeft, en uiteindelijk zou ze stoppen met eisen en alleen nog maar lachen. Aan de deur zouden de neefjes en nichtjes en achterneefjes en achternichtjes confetti naar ons werpen, geen rijst want dat is verspilling, en dan zou ik haar gewoon verder dragen tot achter ons het stadhuis langzaam kleiner wordt, niet dat we dat kunnen zien, want wij hebben enkel oog voor mekaar, en wij helemaal achter de einder verdwijnen. En dán zou ik haar binnen doen en haar het kleed van het lijf scheuren.

Maar zoals gezegd, Zooey staat niet aan mijn deur en lag vanmorgen niet naast mij in bed - mijn bed is daar trouwens te klein voor, niet dat Zooey dik is hoor, ik heb gewoon een klein bed. Dus vul ik de leegte in mijn hart op door 's avonds gewoon naar haar te kijken. In Almost Famous bijvoorbeeld, of Yes Man of The Hitchhiker's Guide to the Galaxy. Of Tin Man, de heruitvinding van De tovenaar van Oz waarin ze niet zozeer acteert als wel haar lijnen opzegt. Maar dat is de schuld van een snode regisseur die haar carrière naar de knoppen wou helpen, want Zooey heeft talent.

Ik vraag het nog één keer, Zooey: trouw met mij! Alsjeblieft, Zooey, wil je met mij trouwen? Ik zal goed voor je zorgen en altijd lief zijn, behalve om je een beetje te plagen af en toe. Maar dan mag jij mij ook plagen! Beloofd! En ik zal nooit vreemdgaan met je zus! Ik zweer het. Nee wacht, dat was de verkeerde zin. Ik zal nooit vreemdgaan! Schrikt het leeftijdsverschil je af? Details, Zooey, details. Jij bent geboren in 1980, ik in 1987. Zeven jaar, dat is toch niet onoverkomelijk? En ik ben heel volwassen. Mijn tijd ver vooruit. En ik ben nog jong, in de kracht van mijn leven. Zooey, ik kan piano spelen! Accordeon! En ik kan heel goed met kindjes overweg, vraag maar aan Moeshi.
Zooey... trouw met mij.

Je allerliefste
Markus

maandag 1 juni 2009

Het is nu maandag!

Al een paar uur, trouwens, maar daar trekt markus zich niets van aan. Tijd is immers irrelevant, zoveel heeft het leven op een meloen hem wel geleerd. Het is al meer dan eens gebeurd dat hij donderdagavond ging slapen en dat hij wakker werd op woensdag, en dan hebben we het niet over de woensdag die een kleine week later stond gepland, maar degene die net een dag voorbij was. Dat is trouwens enorm vervelend, want je kan het verleden niet veranderen, dus moet hij dan noodgedwongen twee dagen exact datgene doen wat hij inderdaad al eens gedaan heeft. Het grote probleem is dat hij zich daar dan ook bewust van is en, erger nog, de papegaai ook, met als gevolg dat dat lastpak voortdurend vol leedvermaak commentaar geeft vanop de zijlijn.

Maar vandaag is het dus maandag, of toch wat daarvoor moet doorgaan. Ook op een meloen worden immers christelijke feesten gevierd, dus is het niet zomaar maandag, nee, het is pinkstermaandag en die is altijd, excusez-lui le mot, een beetje van den hond zijn kloten. Voor een piraat bestaan er immers geen feestdagen: er is altijd wel een klus die volbracht moet worden. markus is echter de enige piraat op de hele meloen. Alle andere inwoners blijven vandaag lekker in bed, doing whatever people do in bed. Geen hond te zien op straat. Hij had bijna geen kat gedacht, maar er wonen geen katten op een meloen, of wat hadt* ge gedacht. Katten op meloenen, het is tot nader order nog altijd de apocalyps niet hoor! Hoe dom bent u eigenlijk? Als publiek stelt u hem zeer teleur, moest de piraat nog even kwijt. Hij verwaardigt zich dan ook niet om zich nog langer tot ulieden te richten. Hasta la vista, baby!

Random fact of the (pinkstermon-)day: De Terhulpsesteenweg in Brussel heet in het Frans Chaussée de la Hulpe.
On a sidenote: pinkstermon- heeft niets te maken met pokémon of digimon, 't is maar dat u het weet.

Was getekend,
markus

* Laat markus hier één ding heel erg duidelijk maken. In zijn tijd was er een ezelsbruggetje, waaruit hij graag een regel zou willen citeren: Gij drinkt altijd thee. Dat ging voor de duidelijkheid over werkwoordsvervoegingen. En guess what: dat ezelsbruggetje geldt nog altijd, tenminste bij sterke werkwoorden, dat zijn voor de taalkundige nitwits werkwoorden die van klank veranderen in de verleden tijd. Met andere woorden: als je je publiek met ge of gij toeschrijft, dan hoort daar in het geval van een sterk werkwoord altijd een werkwoordsvorm met een -t bij. Denkt ge, zocht gij, hadt gij. Het leukste aan die regel is trouwens dat de verleden gij-vorm van breken gij braakt is, maar dit terzijde. markus wenst daarover geen opmerkingen te krijgen, niet nu en ook niet in de toekomst. Want markus heeft gelijk. Zoudt gij nog meer uitleg over deze kwestie wensen, dan verwijst hij u graag door naar VRT Taalnet, dat gij kunt bereiken via de volgende link: http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/taalkwesties/g-gz/tk-g0063.shtml.

You have been selected for termination

Laat de datum u niet misleiden: het is nog steeds zondag 31 mei. Dagen eindigen niet om middernacht. Zeven uur 's morgens komt al dichter in de buurt (tenzij ik voorbewaking heb, dan is het rond zes uur. Ik ben ook bereid uitzonderingen te maken voor mensen die vroege shiften moeten draaien, zoals ons moeke). Het is nu halfeen, dus het is nog helemaal zondagavond. En ik heb juist naar The Terminator gekeken.