woensdag 6 januari 2010

Great minds think alike

Dat klopt. Bijvoorbeeld: wanneer ik mijn lief naakt zie denk ik: "Ah laaik!" Denk ik. Ik kan zulks niet met zekerheid zeggen, want ik heb mijn lief nog nooit naakt gezien. Vindt u dat vreemd? Welnu, wij nemen de dingen graag traag. Relatie rustig opbouwen en zo. Binnen een week, wanneer we een jaar samen zijn, heeft ze beloofd dat ik eens aan haar borsten mag zitten om ons jubileum te vieren.

Oké oké, ik heb geen lief, nu goed? Niks geloven de mensen nog tegenwoordig, niks! Tof hoor, heel tof. Uitermate aangenaam, bedankt. Maar daarvoor ben ik dit bericht niet begonnen. Ik wil namelijk een belangrijke aankondiging doen. Dames en heren, ik ben terug aan het schrijven gegaan. U weet wel, met pen en papier en zo. Laten we eens kijken hoe lang ik het volhoud. En omdat jullie altijd zo geweldig enthousiast reageren als ik nog eens iets post op deze blog, verdienen jullie het om, telkens ik weer een stukje heb geschreven, het in primeur te mogen lezen. Ben ik niet geweldig lief?

Nu dan, het eerste stuk.

Op een brede rivier die een oerwoud doorkruiste, huisde een vlucht rode ganzen. Ik vertel je dat ze rood waren omdat ik dacht dat je dat misschien wel wilde weten, gezien het intelligentiequotiënt van die beesten - en hun aangeboren afkeer voor het menselijk ras. De ganzen hielden een middagpauze - schafttijd om precies te zijn - op een lange trek van oost naar west. Ik weet heus wel dat de meeste vogels doorgaans van noord naar zuid trekken om de koude te ontvluchten en een poosje later weer naar het noorden wanneer ze heimwee krijgen, maar rode ganzen vliegen van oost naar west. Niemand weet waarom, maar zo zijn ze nu eenmaal. Onder veel gesnater waren vijf vluchtleden aangeduid als voedselverzamelaars van dienst en zij waren nu druk met het visnet in de weer.

Ja en hier komt dan een stukje dat ik nog niet geschreven heb maar waarin één van die vijf ganzen met een hoek van het net in haar bek met een lange aanzwem (hoe noem je anders een zwemmende aanloop?) van de rivier opvliegt en daarbij één van twee voorbijgangers helemaal nat maakt.

Anton slakte een geërgerde zucht en droogde zijn gezicht af met een mouw.
"Waarom," riep hij, "Wààrom doen ze dat toch?"
"Weet ik veel." Het antwoord kwam van achter hem, vanwaar Merlijn het schouwspel geamuseerd had bekeken. "Maar ze doen het nu eenmaal. Ze hebben het altijd gedaan en zullen het blijven doen ook, tot het einde der tijden."
"Of tot ik ze allemaal eigenhandig de nek heb omgedraaid."
Merlijn snoof. Anton keek hem aan. "Wat?"
"Niets, niets..." Merlijn kon een grijns niet onderdrukken. "Gaan we verder of blijf je hier nog wat vloeken op gevogelte?"
Moedeloos keek Anton om zich heen. "Ik weet het niet, Merle."
"Je weet het niet?" riep Merlijn uit. "Zal ik onze mogelijkheden even opsommen?"
"Merlijn..."
"Mogelijkheid één: we gaan verder. Mogelijkheid twéé... Er is geen mogelijkheid twee!"

Oké, ik beken: die laatste mop heb ik van How I Met Your Mother, meer bepaald de aflevering waarin Barney een marathon gaat lopen. "Step one: you start running. Step two... There is no step two." Verder ben ik nog niet geraakt. In mijn hoofd ben ik al een beetje achtergrond aan het uitwerken, maar het is nog redelijk vluchtig. Stay tuned! Of, you know, houd Facebook in de gaten.

Geweldige tip van de dag: probeer geen plaats vrij te houden in een bibliotheek voor je vriendin die straks nog komt blokken want dan sla ik op uw muil. De volgende keer.

Getekend,
Markus

zondag 20 december 2009

Steekt uwe kop in den diepvries!

Het schijnt tegenwoordig onmogelijk te zijn eender welke vorm van communicatie te voeren zonder te praten over de nochtans erg mainstreame vorm van neerslag genaamd sneeuw. Welnu, ik weiger over sneeuw te praten. Wat is er toch zo speciaal aan sneeuw? Sneeuw is wit: niks speciaals. Sneeuw is licht: niks speciaals. Sneeuw is koud: niks speciaals (het water dat 's morgens uit mijn kraan komt is ook koud). Met sneeuw kan je ballen maken die je naar mekaar kan gooien (doe ik al jarenlang met gehakt). Om de overlast van sneeuw tegen te gaan, moet je er zout op strooien (slakken, iemand?). Dus nee. Over sneeuw spreek ik niet.

Random thought of the day: bij het spreken over hersenen heeft iedereen het alsmaar over grijze massa, grijze cellen en andere grijze fenomenen. Nu heb ik zelf nog nooit een kop opengesneden en vind ik Hannibal toch niet direct een betrouwbare bron op dat vlak, maar ik vraag mij af: zou de inhoud van mijn hoofd er nu in eerste instantie niet rood uitzien? Ik bedoel met al dat bloed en zo. Volgens mij worden hersenen pas grijs als je een tijdje hun bloedtoevoer hebt afgesneden en optioneel ook uit hun behuizing hebt verwijderd en te drogen gelegd op het aanrecht (dat rijmt!). En eens die hersenen geen bloed meer hebben, niet meer aan een lichaam vastzitten en te drogen hebben gelegen zijn ze volgens mij niet meer in staat tot enige cognitieve of anderssoortige actie - met andere woorden: gebruiken kan je die grijze massa nooit. Ik pleit dan ook voor het actieve promoten van de uitdrukking uw mayonaise laten werken of iets in uw mayonaise steken. Voor de Nederlanders mag uw door je en steken door stoppen vervangen worden.

hersenen

Dat was het voor vandaag. Blijf dit doen om mij te gedenken.
Getekend,
Markus

donderdag 10 december 2009

En we gaan nog niet naar huis!

Haar kleedje was gisteren echt minstens tien centimeter te kort, zelfs voor mij. En weet je wat ze deed in dat kleedje? Naar porno kijken verdomme! Op de kamer van Merde zaten ze met z'n vijven naar snoeiharde binnen-buitenbewegingen te kijken. BBI in hoogste versnelling! En mij niet uitnodigen, dat is nog het ergste van al.

Aan de andere kant was gisteravond dan weer wél geweldig. Dankzij de Aristokatten. De Aristokatten! En dan zijn er dus mensen die durven beweren dat hedendaagse Disneyfilms goed zijn. Zij dwalen, zeg ik u. Dwalen! Niemand swingt zoals een echte kat. Niemand. Vooral die f*cking Hercules niet. Of Bolt. Of, zo stel ik me voor, de negerprinses uit The Princess and the Frog, die volgende week uitkomt. Kutamfibie. Hij mag zijn prinses houden. Ik kijk nog wel even naar Louis Neefs die Duchess binnendoet.

De rest van de avond, voor ik naar de Aristokatten ben gaan kijken, was ook overweldigend leuk, maar daar ga ik verder niks over aan jullie neus hangen. Lekker puh.

Getekend,
Markus

vrijdag 20 november 2009

Rompman



Zeg nu zelf: dat is toch niet de kop van een lieve, goedlachse, dichtende compromisfiguur? Zie die satanisch gefronste miniwenkbrauwen! Die haren aan weerszijden van zijn hoofd die onmiddellijk doen denken aan groot uitgevallen hoorns die aan zijn voorhoofd ontspruiten! Die krampachtige doch falende poging tot een glimlach! Die staalharde ogen die al het goede in een mens met één blik wegbranden! Die kraag met - I kid you not - ruitjesmotief! Het is uit met de pret, dames en heren. Het einde van de wereld wacht niet tot 2012. We kunnen nog net Kerstmis en nieuwjaar vieren, maar dan zal een nieuw tijdperk van onderdrukking en rampspoed ons deel worden.

Er is één bevolkingsgroep die daar voordeel uit haalt: de geschiedenisleerkrachten in het Vlaamse landsdeel. Als mijn studiegenoten dit lezen tenminste. We hebben gisteren namelijk doodleuk te horen gekregen dat we allemaal een (of twee als we echt willen) geschiedenisleerkracht moeten gaan interviewen voor het begin van de examenperiode. Ha! Alsof die mensen daar tijd en goesting voor hebben! Het bewijst eens te meer hoe de organisatoren van de lerarenopleiding verstoken zijn van enige voeling met de bredere maatschappij (en bij uitbreiding zowat elke academicus natuurlijk, maar dat is naast de kwestie). Die mensen zijn er dus echt rotsvast van overtuigd dat alle onzin die ze uitkramen relevant is. Relevant, mijn aars. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de Vlaamse student zijn levenswijsheid moet meekrijgen van een bende incompetente zeveraars die aan collectieve ruksessies doen waarbij iedereen mag komen vertellen hoe vaak hij in de voorbije maand geciteerd is en op welke briljante wijze zij alweer de bal volledig heeft misgeslagen bij het abstraheren van de zoveelste interpretatie van vertekende onderzoeksdata. Aan de toevallig meelezende professor: neen, ik heb het niet over u, u bent een schatje. L'enfer, c'est les autres, weet u nog?

Heeft er iemand toevallig 25 pillen Rohypnol en een fles vodka liggen? Ik heb nood aan een heel diepe slaap.

Met mijn excuses voor het kant noch wal rakende gezwalp van hot naar her en het er weer niet in slagen van een argumentatie op te bouwen en neer te leggen om aldus tot een gefundeerde stelling te komen.

Getekend,
De strikt individueel rukkende Markus

vrijdag 6 november 2009

Een Nerofamilie

Vandaag wordt een gedenkwaardige dag voor u, waarde lezer. Ik ga u namelijk een van de grootste publieke geheimen uit de doeken doen. Dat klinkt misschien niet zo indrukwekkend, want als het een publiek geheim is, weet u het waarschijnlijk toch al. Dat klopt, maar vanaf vandaag krijgt het onderhavige PG een nieuwe dimensie voor u. Gratis. Wat ben ik toch een schatje. Het geheim waar ik het over ga hebben is het volgende: Belgische politici zijn achterlijk. Kortzichtig. Zuigen apennoten. Heten Yves Leterme. Of nee wacht, schrap dat laatste, dat is bij nader inzien iets te specifiek. En zo hard wil ik die andere politici nu ook weer niet beledigen.

Het was afgelopen zondag 1 november, hebt u het ook gemerkt? Ik wel hoor. Gekotst dat ik heb, niet te doen! Echt waar, ik werd wakker rond zes uur GMT +1 en had het gevoel dat er iets niet helemaal klopte. Gelukkig is mijn biologische klok een toffe jongen en heeft ze mij ruimschoots op tijd wakker gemaakt om in alle rust en kalmte uit mijn bed te klauteren (ik heb een hoogslaper), de trap af te stommelen, in de bergruimte een emmer te gaan halen, terug naar mijn kamer te gaan en daar op de grond neerzijgen en de frieten, cervela en boulet (met mayo en ketchup) van zaterdagavond vakkundig binnen de lijntjes te deponeren. Hoera voor mijn biologische klok!

Dat was natuurlijk een beetje een domper op de feestvreugde, en dat mag u in dit geval letterlijk nemen, want wij zijn een Nerofamilie. Dat betekent dat wij bij tijd en wijlen al eens een wafelslag doen met de familie langs vaderskant (minus mijn meter dit jaar, for obvious reasons). Meer bepaald op 1 november. Maar ons moeke vond dat ik daar dit jaar niet bij mocht zijn. Er moest zo maar eens iemand anders ook ziek worden, stel u voor. Niet dat ik ook maar één wafel binnen zou hebben gekregen, trouwens. Zelfs de Motilium kwam er terug uit. Om maar te zeggen.

... de twintig voorgaande wafelslagen heb ik echter wél meegemaakt, en daarbij is mij op een bepaald moment duidelijk geworden dat de Belgische politiek een hoop gezever is en sterker nog: dat dit al heel erg lang aan de gang is en niet, zoals men wel eens lijkt te denken, de huidige lichting een dieptepunt is in onze betrekkelijk korte geschiedenis. En dat heeft alles te maken met het volgende voorwerp:

Wafelijzer
Meer bepaald: de wafelijzerpolitiek. Voor wie niet bekend is met de term even een opfrissertje: het betekent eenvoudigweg dat er (vooral tot 1988, volgens Wikipedia) in België voor elke cent die naar Vlaanderen gaat, ook een naar Wallonië moet gaan (tegenwoordig gaan voor elke 60 Vlaamse cent er 40 naar Wallonië, weerom volgens Wikipedia, doch dit terzijde). Dat heeft voor een paar grappige toestanden gezorgd, want het ene landsdeel komt meestal met minder geld toe dan het andere en voor je het weet heb je een Zwarte Zondag aan je been. Maar ik dwaal af.

Welke nu hopelijk al lang in zijn graf rottende idioot van een tyfuslijende, baffende hondenzoon is er ooit op het ongemeen briljante idee gekomen om die praktijk wafelijzerpolitiek te noemen? Ik denk dat het ongeveer als volgt ging:

*N.B.: voor de volgende scène is het handig als u even de 'Josti band'-sketch van Hans Teeuwen voor ogen houdt. Dank bij voorbaat. M.*

Parlementaire mongool 1: Zzugh... Zzugh... Zzhulluh wuh duh Vlchchch- Vljlj- Vluuuhminguh en de Wuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuhluh nie gwoon alted evuhveeeeehl gevuuuuh?
Parlementaire mongool 2: Huh, huh, jaaaaaaaaaahahaah! En dan gaan wuh roepuh van wafelijzuuuuur! Wafelijzuuuuuur!
Parlementaire mongool 1: Juuuuuh! Da's keigoe gevonduuuuuh want ge drukt aan de twee kantuh eve hàààààààààrd. Wafelijzuuuur! Wafelijzuuuur!
Verzamelde parlementaire mongolen: Wafelijzuuuuuuuur! Wafelijzuuuuuuuuuuuuur!

DOEK

Die gasten hebben duidelijk nog nooit wafels zien gebakken worden. Jammer genoeg voor hen ik wel, dus bij mij moet je met dergelijke bullshit niet afkomen. Kijk nog even naar het bovenstaande plaatje. Noem de kant die rechtopstaat kant B en de kant die plat ligt kant A.

How to bake a waffle
By Markus

*N.B.: ik sla de evidente stappen van deeg maken, laten rijzen en wafelijzer verhitten en invetten voor de handigheid even over, maar dat moet je dus ook doen. Anders krijg je met de beste wil van de wereld geen wafel gebakken.*

1) doe deeg op kant A. Verdeel gelijkmatig over de gehele bakvorm.
2) laat kant B met zachte doch gedecideerde hand op kant A neerkomen.
3) laat even bakken. Als er deeg ontsnapt langs de zijkanten, veeg hem dan weg met een propere doek. U kunt hem eventueel in uw mond stoppen als u daarvan houdt.
4) draai het hele zaakje om zodat kant A nu bovenaan komt te liggen en kant B onderaan.
5) open het wafelijzer.
6) uw wafel ligt nu op kant B.
7) haal hem eraf.
8) doe er suiker op. Siroop, choco, slagroom, hagelslag of hersenen doen het ook heel goed.
9) eet smakelijk.

Is dat duidelijk, heren politieke mongolen? Wafelijzerpolitiek betekent dat je het ene landsdeel vanalles belooft maar uiteindelijk alles aan het andere landsdeel geeft. Of is dat wat u al van bij het begin voor ogen had?

Wie oppert dat 'wafelpolitiek' dan misschien een betere term zou zijn: bedoelt u een rasterwerk waartussen erg dunne vliezen gespannen zijn, met aan de rand hier en daar een gat misschien? Uiterst eetbaar bovendien? Ik ook niet.

Die lepel suiker is nog zoiets. Of honing, ik wil het kwijt zijn. We moesten een lepel suiker/honing geven aan de Walen om de bittere pil van de splitsing van BHV beter te kunnen slikken. Get real: als ik een pil slik, dan kap ik daar een glas water achter, geen suiker. Suiker is voor op wafels of rijstpap.

En dan die fucking psychiatrische sessie van een paar weken geleden.
Rode doch blonde mongool op het podium: Dag kameraden, we zijn hier samengekomen om eens te praten over de toekomst van ons als partij, maar ook als collega's, als groep en als vrienden.
Rode, wie weet Antwerpse, maar in elk geval iets minder mongoloïde nobele onbekende in de zaal: seg trut, wat is dat hier, een psychiatrische sessie of watte? Ga naar huis, bleitsmoel!
Rode trut: Oh jaaaaaah, psychiatrische sessie! Dat gaat verkopen als zoete broodjes!
Media: *koopt zoete broodjes*

Zak over de kop, steen aan hun been en in 't Scheld smijten, allemaal.

Getekend,
uw onverdeeld positieve Markus.

dinsdag 20 oktober 2009

Nu ik nog leef, wil ik sterven van geluk.

Er schijnt nogal wat verwarring te heersen over deze zin. Nu ja, nogal wat. Ik postte het laatst als Facebookstatus (u kent dat wel: 'wilt, nu hij nog leeft, sterven van geluk') en kreeg als reactie: 'oei?' There's pertang nothing to oei about, dear. Mijn dagen zijn nog niet geteld of zo. De dagen die ik nog te gaan heb, ten minste. Degene die ik al achter me heb wel, dat zijn er 7980,5 (het is middag). Maar ik geloof dus niet dat er iemand, of iets, is die gaat tellen hoe veel dagen iemand nog te leven heeft. Ten eerste zou dat maar een saaie baan zijn (en een nutteloze ook, als je 't mij vraagt) maar ik geloof gewoon niet dat zulks te tellen valt. Edoch ik dwaal af. Mijn dagen zijn dus nog niet geteld, figuurlijk gesproken. En net daarom deel twee van het citaat. Het is eigenlijk allemaal nogal voor de hand liggend. Ik snap niet echt waarom ik er zo veel woorden aan vuil wil maken. Nee, nee. Zoek het zelf maar uit.

Er was eens een lieftallige prinses. Ze leefde in een welvarend rijk, haar onderdanen waren haar goed geziend en vice versa en rozengeur en maneschijn, van een leien dakje, de wind in de rug en al die sissishizzle. En als u dat nogal ongeloofwaardig lijkt, dan was er eens een lelijke prinsen. Of een knappe wc-madam. Deze prinses nu (ik zeg toch prinses hoor, wat jullie er ook van vinden), ik zei deze prinses nu ging vaak op reis om kennis te maken met andere vorstenhuizen, want als prinses moest ze natuurlijk bij voorkeur een huwelijkskandidaat met enige standing vinden, of wat hadt ge gedacht. En zo gebeurde het dat ze op een gegeven ogenblik in een niet nader benoemd doch regenachtig oord op een respectabele afstand van haar geboordeplaats een Oosterse prins tegen het lijf liep. De koning van het niet nader benoemd doch regenachtig oord had immers een feest gegeven ter ere van zijn gasten, zijnde onze prinses en de Oosterse prins, die daar volledig toevallig op hetzelfde moment verbleef. Hoewel hun contact bijzonder summier was op die avond, was de prins toch volledig ondersteboven van de prinses en huilde hij dikke tranen toen ze weldra terug naar haar eigen kasteel vertrok.

De prins liet echter nergens gras over groeien (zijn vader was oliesjeik en op heel hun land was geen grassprietje te bekennen, dus dat was eigenlijk niet zo'n zware opgave) en stuurde haar meteen een postduif achterna met de boodschap dat hij haar graag nog eens wou ontmoeten op haar eigen landgoed. De prinses, die eigenlijk erg gecharmeerd was maar zich anderzijds ook niet wilde laten kennen, gaf niet onmiddellijk antwoord. Nu is het echter een algemeen aanvaard feit dat Oosterse prinsen algemeen gezien nogal aanhoudende lui zijn (kijk maar naar de Prince of Persia, die is echt een beetje paranoïde op dat vlak), dus bleef deze jongeling postduiven sturen en ging hij links en rechts wat meer informatie inwinnen over onze prinses. Na lang aandringen stemde ze toe met de ontmoeting. Het was liefde op het tweede gezicht, ze leefden nog lang en gelukkig en kregen kindjes met de kleur van koffie verkeerd, vermoordden hun beider ouders, erfden aldus een wereldrijk waarin de zon niet onderging, veroverden de rest van de wereld, stuurden een ruimteschip de lucht in, maakten alle lelijke aliens af, zochten een lieflijk planeetje uit en leefden er nog lang en gelukkig.

Dat had natuurlijk kunnen gebeuren. Helaas is de werkelijkheid vaak iets minder poëtisch dan dit. En dus vond de prinses de prins maar een akelige engerd. Ze probeerde zijn postduiven te negeren (of tenminste de berichten die ze met zich meebrachten. Duif was immers een delicatesse in haar geboorteland), maar die idioot blééf er maar sturen en ze werd dikker en dikker van al die duiven, waardoor haar kleine C-cup welhaast verzoop in de vetkwabben van haar buik, en op den duur had ze er dus wel mooi genoeg van. Ze stuurde welgeteld één postduif terug met het erg korte bericht "Die in a fire." Een week later kwam er een laatste duif binnengevlogen met in haar bek de doodsbrief van prins Moeshamaramaramara. En zie! na een weekje intensief fitnessen was de prinses weer bevallig als voorheen en werd haar kleine C-cup weer door alle mannelijke en sommige vrouwelijke onderdanen wellustig aangestaard. Ze trouwde met een flinke boerenzoon, werd verstoten door haar familie en stierf door verstikking onder een hooibaal die door Moeshamaramaramara Airlines vakkundig op haar hoofd werd gedropt.

Getekend,
Markus

P.S.: de rat (we hebben haar Splinter gedoopt) bleek wel degelijk echt te zijn. Ik zeg bleek, want de uitbater heeft uiterst onzorgvuldig rattenvergif rondgestrooid.

maandag 5 oktober 2009

The Rat Chronicles

Er heerst een heleboel misverstanden over wat Jan Modaal wel eens verkeerdelijk de rat noemt. De eerste misvatting is dat er überhaupt zoiets bestaat als de rat. Er zijn namelijk verschillende soorten ratten, en bij niet eens zo geweldig grondige inspectie kan je niet anders dan concluderen dat deze verschillende soorten vaker weinig dan erg veel met elkaar gemeenschappelijk hebben. Zo is er:
  1. De rat;
  2. De rat die op een feestje weigert iets anders dan bier, wijn, cola of cola light te schenken;
  3. De rat die vriend en vijand verraadt, het schip ontvlucht en andere horizonten gaat verkennen;
  4. De rat die wellicht helemaal geen rat is, maar desondanks toch in uw kelder woont.
Bordeel Blijde Inkomst zit met een rat in de kelder. Ze is zeker zo groot! Of toch minstens zo groot. Om eerlijk te zijn zou het ook een muis kunnen zijn. Of een cavia of zo. Het probleem is dat we eigenlijk maar één ooggetuigenis hebben, of twee of heel misschien zelfs drie. En met alle respect, maar de eerste ooggetuige is nu niet bepaald wat ik de meest betrouwbare persoon op aarde zou noemen. Ten eerste: zijn naam is Merde (1). Ten tweede: op sommige vlakken is hij gewoon een meisje, bijvoorbeeld wanneer het beesten in de kelder betreft. Ik bedoel maar: hij ging nog net niet gillend bovenop een stoel staan (in plaats daarvan nam hij de trap tot op de eerste verdieping, wat inderdaad een veel intelligentere, zij het niet erg probleemoplossingsgerichte handelswijze is). Volgens hem zat er dus een gigantische rat in de kelder met een al even gigantische staart. Het is op dit moment misschien niet oninteressant om even te vermelden dat in dit bordeel de keuken en een van de douches zich in de kelder bevinden. Mja, ik vind het ook hilarisch.

Toen een van onze dames (2) dit te horen kreeg, ongeveer een halve seconde nadat Merde zijn beruchte ontdekking deed, stuurde ze er de Kotchinees op af. Hij dus naar de kelder, na vijf seconden teruggekeerd, roepende: "Oh my God, there's five of them!" Achteraf zei hij wel dat hij een grapje maakte, dus telt dit niet helemaal mee als getuigenis, maar de dame vond dit toch alarmerend genoeg om ondergetekende ook op verkenning uit te sturen. Ondergetekende dus naar de kelder. Geen kat te zien natuurlijk. Rat, bedoel ik. Maar u kent de vrouwen: alarmerende berichten bezitten nu eenmaal meer inherente geloofwaardigheid dan geruststellende. Het mag dan ook niet verbazen dat de dame in kwestie door mijn verslag alles behalve gerust gesteld was. Een minuutje later volgde dan deze korte conversatie tussen twee andere residenten:
"Hé, maar de deur van de kelder is dicht!"
"Ha ja, dat zal die rat dan gedaan hebben."

En toen was het hek helemaal van de dam. Probeer zo'n dame maar eens diets te maken dat de rat in kwestie hoogst waarschijnlijk een mythe is, en dat het, moest het geen mythe zijn, hoogst onwaarschijnlijk is dat ze het tien minuten volhoudt in de toxische ruimte die wij enigszins eufemistisch 'het berghok in de kelder' noemen.

Over die andere soorten ratten kan ik kort zijn. Bent u ooit al naar een feestje of receptie, noem het hoe u wilt, geweest waar ze uitsluitend bier (naar verluidt zelfs van inferieure kwaliteit), goedkope wijn en twee variaties cola serveren? Ondergetekende wel. Een regelrechte schande is het! Een blamage! Een vlek op des fatsoens blazoen! Een aanfluiting! De absurditeit zelve!

En nee, Mormaz, Antwerpen zal je niet gelukkig maken (3).

Getekend,
Markus

(1) Geloof het of niet, maar deze naam bewijst dat ik een genie ben.
(2) Er resideren geen hoeren in Bordeel Blijde Inkomst, laat staan straatmadeliefjes. Wij hebben uitsluitend dames. Het verschil: onze dames zijn niet goedkoop.
(3) Geintje. We gaan je missen, maat!

UPDATE: Er schijnt nog een vijfde soort rat te bestaan, namelijk de Midden-Oosterse, maar mijn naam is Haas.